Een landbouwvisie verdient maatschappelijke draagkracht
okt
09

Een landbouwvisie verdient maatschappelijke draagkracht

Het past bij bewindslieden, ministers en staatssecretarissen om wetten of regelingen te introduceren, die meerjarige impact hebben. Vaak gaat daaraan een imponerende beleidsnota of –visie vooraf. Zo heeft een reeks van ministers en staatssecretarissen, die zich met landbouw bezighielden, dikke rapporten gepresenteerd over de toekomst van de agrarische sector.

De Nederlandse landbouw kenmerkt zich door het bekende “gezond boerenverstand”. Als daarmee de agrarische sector toekomstgericht wordt bekeken, kom je al een heel eind met een visie. Dan vallen met name de vergrijzing, de economische toegevoegde waarde en duurzaamheid op waarmee rekening gehouden moet worden.

De vergrijzing toont aan dat een belangrijk deel van de Nederlandse boerenbedrijven tegen het probleem van de bedrijfsopvolging aanloopt. Veel agrarische ondernemingen zijn van oudsher familiebedrijven, die door opvolgende generaties in de benen werden gehouden. Er zijn bij de huidige generatie te weinig bedrijfsopvolgers te vinden. Er stoppen maandelijks aanzienlijk meer boeren dan dat er bijkomen. Het aantal agrarische ondernemingen daalt en het buitengebied raakt ontvolkt. Met schaalvergroting en aanpassing van bestemmingsplannen waardoor het buitengebied ook een particuliere woonfunctie krijgt, gaan we er niet komen.

De agrarische sector weet door middel van haar historisch gegroeide netwerken het idee van economische toegevoegde waarde hoog te houden. In 2017 werd er vanuit Nederland voor 92 miljard euro aan landbouwproducten geëxporteerd! Daarmee was Nederland nummer 2 na de USA. Hieruit blijkt dat de sector veel meer produceert dan nodig is voor de binnenlandse markt. 70% van het agrarische product gaat namelijk naar het buitenland. Desondanks is de bijdrage van de landbouw aan het bruto binnenlands product uitermate bescheiden. In 2015 was dit nog maar 1,5%. Het belang van de agrarische sector voor de Nederlandse economie dient dus genuanceerd benaderd te worden.

Bij die economische benadering moeten ook de kosten in verband met duurzaamheid meegenomen worden. Duurzaamheid betreft allerlei aspecten zoals de effecten van de agrarische sector op de omgeving en de volksgezondheid. De wijze waarop landbouw werd bedreven, heeft geleid tot letterlijke uitputting van de grond. Met nog meer mest wordt dat probleem niet opgelost. Dat leidt tot verdere vervuiling van bodem en het grondwater. Daarnaast is de uitstoot van allerlei stoffen en geur in een steeds dichter bevolkt land een toenemend probleem. Worden daarbij aspecten zoals volksgezondheid, antibioticagebruik en besmettelijke dierziektes betrokken, dan is te begrijpen dat steeds minder mensen voeling hebben met de agrarische sector. Als het om duurzaamheid gaat, wordt derhalve de landbouw maatschappelijk steeds vaker in de beklaagdenbank gezet. 

Alleen al vanwege deze punten vraagt een landbouwvisie wellicht het lef om aan te sturen op een radicale omslag gericht op een forse inperking van de sector op allerlei vlakken. Dat neemt niet weg dat agrarische bedrijven die duurzaam produceren, wellicht meer mogelijkheden moeten krijgen. Met deze visie vallen veel agrarische bedrijven buiten de boot. Die moeten wellicht met overheidsgeld worden uitgekocht. De vrijkomende landbouwgrond kan voor wonen, andere bedrijfssectoren, duurzame agrarische activiteiten, recreatie of met natuur worden ingevuld. Met dit gezond boerenverstand wordt een landbouwvisie niet alleen maatschappelijk gefinancierd maar krijgt de sector ook de maatschappelijke betrokkenheid en draagkracht terug, die deze verdient.