De toeristentsunami
jan
23

De toeristentsunami

Op een aantal locaties in Nederland is sprake van een toeristentsunami. Uit allerlei verre windstreken duiken toeristen op. Het zijn niet alleen dagjesmensen. Nee, als je van ver komt dan wil je uiteraard slapen in Nederland en dat tenminste voor een paar dagen. Zodoende heten wij vele Russen, Amerikanen, Chinezen, Brazilianen en Australiërs dagelijks welkom. Ze komen niet alleen voor onze molens, maar voor al het mooie van ons land. Ze kijken hun ogen uit vanwege ons groene vlakke landschap, de Waddenzee, de Deltawerken, het brede Noordzeestrand, de schilderijen van Van Gogh en Rembrandt en de Efteling. Ze komen met hordes tegelijk naar Domburg, Amsterdam, Kinderdijk, Rotterdam, Giethoorn, Den Haag, De Zaanse Schans, Maastricht, De Cocksdorp, Kaatsheuvel, etc. Al kopen al die toeristen geen Delftsblauwe windmolentjes meer, ze brengen een vloedgolf aan inkomsten teweeg.

Nederland zou Nederland niet zijn, als wij ons niet beklagen. Al die drommen toeristen hebben ook nadelen. Ze gluren overal binnen en veroorzaken opstoppingen in winkelstraten en langs grachten. We voelen ons soms als Nederlandse inboorlingen niet meer thuis als we zelf in een winkel in het Duits of Engels worden aangesproken. Er lijkt een tegenbeweging op gang te komen om de kuddes buitenlandse cash cows te weren. Ineens zijn we voor toeristen niet meer het vriendelijke volk waarover menige chauvinistische Nederlander de loftrompet uitsteekt. Het is natuurlijk ook wel zo dat een dergelijke Nederlander zich irriteert aan een wachttijd van boven het half uur bij een Eftelingattractie op een zwarte zaterdag als gevolg van bijvoorbeeld een zwerm Belgen. Hij vergeet dan even dat er tienduizenden mensen in de toeristensector hun salaris verdienen.

De Nederlandse overheid lijkt niet echt aandacht te hebben voor het toenemende unheimliches gevoel dat de toeristenaantallen en de voorspelde groei daarvan teweeg brengen. Er wordt bijvoorbeeld hard over nagedacht om vliegveld Lelystad uit te breiden tot vakantieluchthaven om Schiphol te ontlasten. De provincie Zeeland overweegt om duizenden extra vakantiewoningen te laten bijbouwen. Ook al beklagen ze zich in Amsterdam over al die buitenlandse gasten, toch wordt de Nachtwacht in een glazen huis in het Rijksmuseum gerestaureerd. Dan kunnen nog meer bezoekers de restauratie van dit imposante werk van nabij bekijken. Kortom, een duidelijke keus lijkt niet te worden gemaakt als het om het reguleren van de toeristenstromen gaat.

Als fiscaal jurist lijken er eenvoudige oplossingen voor dit toeristenvraagstuk te zijn. Het belastingrecht is soms immers een sturingsinstrument. Een eerste oplossing biedt wellicht het berekenen van omzetbelasting op vliegtickets. Een tweede oplossing, die daarbij aansluit, is een stevige accijns op vliegtuigbrandstof. Met deze “vliegtax” kunnen tegelijkertijd de gevolgen van de milieuvervuiling van de toeristenluchtvaart worden teruggedrongen. Als derde maatregel zou de toeristenbelasting kunnen worden opgekrikt. Dit alles brengt geld in de overheidskassa en misschien dalen daarmee de toeristenaantallen.

Als ik ga “omdenken” past echter de spreiding van al die toeristen beter. Ik stel voor om het Van Goghmuseum naar Zundert te verplaatsen. De restauratie van de Nachtwacht kan ook worden uitgevoerd in bijvoorbeeld Garrelsweer in Groningen. Echter de molens van Kinderdijk moeten we maar gewoon laten staan. Door deze herverdeling voelen alle toeristen zich welkom in ons gastvrije land en kunnen wij aan hen blijven verdienen.